Week #44

Van Chiang Mai vliegen we naar Luang Prabang, waar we Belgisch bezoek verwachten. Verder maken we kennis met Luang Prabang, de Laotiaanse prijzen en het vervoer, dat niet altijd even comfortabel blijkt te zijn.

23/10/2017 – 29/10/2017

Maandag: Van Thailand naar Laos

We spenderen de laatste Thaise Baht aan koffie en lunch alvorens naar de luchthaven te vertrekken. Ik hou van Chiang Mai. We hebben nu echt wel de volledige omgeving bezocht dus er is geen reden om nog eens terug te komen. Al hoop ik hier ooit nog eens te belanden. Chiang Mai heeft alles en het is dan ook niet verbazend dat zoveel buitenlanders hier een deel van hun leven doorbrengen.

Maar goed, we zijn benieuwd naar wat Laos te bieden heeft. Otto is vooral benieuwd naar het vliegtuig. Het is een mini-vliegtuig met amper 40 zitplaatsen en twee propellers. Lao Airlines heeft niet de beste reputatie, maar de vlucht is aangenaam. Een uur later landen we al in Luang Prabang.

Laos is het eerste land waar we een visum moeten kopen on-the-spot. Al tien maanden lopen we rond met pasfoto’s en Amerikaanse dollars. Deze kunnen we nu gebruiken. Het hele proces verloopt vrij vlot en we worden met de taxi naar ons hotel gebracht. Door de Franse kolonisatie van Laos zijn er nog heel wat Franse elementen terug te zien in Luang Prabang. Het hotel is een gebouw met veel karakter en duidelijk Franse invloeden. Na check-in steken we per boot de rivier over en gaan op zoek naar avondeten. We schrikken behoorlijk van de prijzen. Wie heeft gezegd dat Laos een goedkoop land is?

Het vliegtuig – Voorzien van eten en drinken – We volgen de lichtjes naar de overzetboot – Kamer in Luang Prabang

Dinsdag: Reünie in Laos

Ha! Het ontbijt! Eindelijk wordt wit toastbrood ingewisseld voor een degelijke baguette. Daarna updaten we de blog en steken de rivier opnieuw over naar het centrum. We volgen een wandeling die in Lonely Planet staat beschreven. Heel het centrum van Luang Prabang is Unesco Werelderfgoed. We struinen langs Franse koloniale gebouwen en door kleine pittoreske straatjes. Het valt op hoeveel oudere Franse koppels hier op vakantie zijn. De gebouwen zijn bijna allemaal hotels of winkels en het voelt een beetje alsof je door Bokrijk wandelt.
Ondertussen zijn onze Belgische vrienden Silke en Joris gearriveerd en we spreken af aan hun hotel. Ze hadden ons al gespot vanuit hun taxi, zo klein is Luang Prabang. We vleien neer op één van de vele terrasjes. De rest van de avond praten we bij over reizen en we worden geüpdatet over de belangrijke veranderingen in België.

Luang Prabang

Woensdag: Kuang Si waterval

Dé attractie van Luang Prabang zijn de Kuang Si watervallen, op zo’n 30 kilometer van de stad. We regelen een “tuk tuk” (blijkt achteraf een camionette met omgebouwde laadbak) en de man rijdt ons naar de waterval. Ik heb gelezen dat de waterval druk bezocht wordt dus we vertrekken op tijd. Er zijn verschillende verdiepingen, en het moet gezegd, de watervallen zijn impressionnant.
Het water is koud, maar Silke is moedig en springt in het water. In de namiddag wandelen we nog wat door de straten en aperitieven aan de Mekong. We boeken elk onze tickets naar de volgende bestemming, morgen splitst onze reis. Zo fijn om vrienden te ontmoeten in Laos!

Selfie – Kuang Si waterval

Donderdag: Met de bus naar Nong Khiaw

Om acht uur worden we met de tuk tuk naar het centrum gebracht. Even later komt er een mini-van aangereden en we stappen in. Er blijkt nog maar één (kleine) plaats te zijn waar we ons met twee moeten tussen wringen. Ik zit geklemd tegen de deur en ik krijg een beetje schrik voor de komende drie uur. Het lijkt fysiek onmogelijk om drie uur in deze positie te ‘zitten’. Na tien minuten wordt het duidelijk. We worden afgezet aan het busstation waar we de echte mini-van moeten nemen. Oef! Ook al vertrekt de mini-van pas over 40 minuten, we maken de verstandige beslissing om al in de mini-van te gaan zitten. De rugzakken worden vastgebonden op het dak. Zo gaat dat in Laos. Een Westerse toerist op de achterbank moet ergens anders gaan zitten zodat er vier Laotiaanse jongens op de drie achterste plaatsen kunnen zitten. Er staan nog twee Westerse toeristen te zwaaien met een ticket, maar die hebben pech. Er is geen plaats meer. We onthouden vooral dat we op tijd in de bus moeten gaan zitten en niet op de laatste rij.
Enkel de grote wegen in Laos zijn geasfalteerd en het duurt dan ook niet lang voor we op een zandweg rijden. Er zitten erg diepe punten in de weg en de chauffeur moet dan ook constant uitwijken. De vering van de mini van heeft ook zijn beste tijd gehad.
Drie uur later komen we aan in Nong Khiauw. Nong Khiauw is een rustig Laotiaans dorpje in de bergen. We wandelen naar ons hotel en hebben hiermee het dorpje al doorkruist. De omgeving is werkelijk prachtig. Het voelt alsof we vijftig jaar teruggaan in de tijd. Het hotel kost 11 euro per nacht en valt beter mee dan verwacht.

De rugzakken worden vastgebonden op het dak van de mini van – Nong Khiaw

Vrijdag: Klimmen naar het hoogste punt

Je raadt het al, echt veel is er niet te doen in Nong Khiaw. Één van de bergen kan je beklimmen via een wandelpad naar de top. Het duurt niet lang of we staan compleet in het zweet. Je zou verwachten dat je conditie wel verbetert na al die wandelingen die we al gemaakt hebben, maar niets is minder waar. We doen er bijna twee uur over om de top te bereiken maar we worden beloond met een mooi uitzicht. Je ziet het dorpje liggen tussen het karstgebergte. Werkelijk prachtig. We rusten uit en nemen wat foto’s alvorens aan de afdaling te beginnen. De rest van de namiddag rusten we uit.

Wandeling naar het viewpoint

Zaterdag: Genieten van de rust en de omgeving

Initieel was het plan om een dorpje op een uur varen te bezoeken, maar dit blijkt enkel met een tour te gaan. Hier hebben we geen zin in. We struinen nog wat door het dorpje en wandelen naar het busstation op zoek naar de uren van de bus voor morgen. Het is zo warm dat Otto een kleine zonneslag oploopt. We regelen een busticket bij één van de schuurtjes langs de kant van de weg. Tot onze verbazing is er een Duitser die een klein restaurant uitbaat in het dorpje. Het eten is erg smaakvol.

Nong Khiaw

Zondag: Terug naar Luang Prabang

Ons ticket voor de bus blijkt plots een ticket voor een mini-van te zijn. Hoe hard we ook proberen niet weer in een mini-van te zitten, het lijkt niet te lukken. De mini-van zit vol en we vertrekken op weg naar Luang Prabang. Het duurt niet lang of de chauffeur houdt halt langs de kant van de weg. Een Laotiaan gooit zijn koffer op het dak en maakt aanstalten om in te stappen. Iedereen kijkt verbaasd. De chauffeur doet teken dat het Duitse meisje op de achterbank moet opschuiven. “I don’t think it will fit”. De chauffeur denkt daar anders over. Met een beetje wringen en duwen lukt het wel. Het Duitse meisje is geïrriteerd, maar er zit niets anders op.
Op 50 kilometer van Luang Prabang vallen we stil op een helling. O jee. De chauffeur legt een paar stenen achter de achterbanden en begint wat te prutsen onder de motorkap. Niemand reageert echt verbaasd. Na enkele pogingen start de mini-van weer en we rijden verder.
Na het nodige onderhandelen met de tuk tuk chauffeur worden we afgezet in het centrum van Luang Prabang. Dit keer hebben we een hotel uitgekozen in het centrum. ‘s Avonds smullen we van een heerlijke Italiaanse pizza. Het moet al van in Perth geleden zijn dat we nog zo’n lekkere pizza hebben gegeten.

Volgende week: Dinsdag reizen we verder naar Phonsavan, een stadje op zo’n zes uur rijden van Luang Prabang. Of negen uur, dat kan ook. Laos is een mooi land, maar het is een beetje te rustig naar mijn zin. Spijtig genoeg hebben we al een vliegticket geboekt naar Vietnam op 10 november. Ik ben er zeker van dat de busritten nog voor het nodige avontuur zullen zorgen.

Eén reactie

  1. Marc Cruyt-Mia Missinne

    Niet alles kan evengoed meevallen. Vrienden en een Italiaanse pizza, wat wil je nog meer? Blijven werken aan jullie conditie en oppassen voor de zon. En dan maar uitzien naar Vietnam.

Geef een reactie