Week #27

Na vier maanden zeggen we vaarwel tegen Australië. Het is tijd voor een nieuw avontuur in Azië. Eerste bestemming: Bali! In Bali proberen we een weg te banen door de vertrouwde Aziatische chaos.

Maandag: Op roadtrip langs Coral Coast

Om half acht staan we al in het kantoor van Hertz om onze auto op te halen. We krijgen de sleutels van een ‘kleine’ SUV. ‘klein’ in Australië is relatief want de auto is toch behoorlijk groot. Zo’n 200 kilometer ten noorden van Perth liggen de Pinnacles, een woestijnvlakte met vele rotsen. Wetenschappers zijn het er nog altijd niet helemaal over eens hoe de Pinnacles ontstaan zijn. Er is een pad voor wandelaars en een pad voor auto’s. We doen beide, maar beginnen met het wandelpad. Hoe een speciaal park is dit zeg! Ik kan niet stoppen met foto’s trekken, al kunnen ze niet helemaal weergeven wat een aparte plek dit is.
Op weg terug naar Perth stoppen we nog even bij de zandduinen van Lancelin. De duinen zijn spierwit en erg hoog. Een aantal avonturiers proberen te sandboarden, maar het ziet er niet gemakkelijk uit. Één van de hobby’s van Australiërs is het 4×4-rijden en aan de vele sporen in het zand blijkt dit een favoriete plek.
Een laatste stop voor Perth is een klein nationaal park waar we voor de laatste keer de nationale trots van Australië aanschouwen: koala’s en kangoeroes. Het blijven speciale beesten.
We sluiten de dag af met een lekkere pizza en een glas wijn. Het is een zeer geslaagde laatste dag in Australië!

Zandduinen – Pinnacles – Koala

Dinsdag: De laatste uren in Australië

De vlucht naar Bali is pas om zes uur vanavond. We handelen nog wat praktische zaken af en halen een beetje sushi die we oppeuzelen in King’s Park. Dit park zou groter zijn dan Central Park in New York. We genieten van de zon en wandelen wat rond tot het tijd is om te vertrekken. Een korte Uberrit later komen we aan op de luchthaven van Perth. De vlucht zit helemaal vol en er zijn geen twee plaatsen meer naast mekaar. Ach, de vlucht is maar drie uur, dus we klagen niet. Op de vlucht zitten vele Australische gezinnen met kinderen. Bali is de nummer één vakantiebestemming hier. De vlucht is korter dan naar eender welke andere stad in Australië.
Rond half 10 landen we op Bali en amper een half uur later wandelen we al de aankomsthal binnen. Een Indonesiër zwaait met een bordje met Otto’s naam. Tientallen mannen roepen ‘taxi! taxi! taxi!’ en we banen ons een weg door de massa. De geur en de drukte doet ons meteen beseffen dat we terug in Azië zijn. Ruim twee uur later wandelen we pas onze hotelkamer in Ubud binnen. Tijd om te gaan slapen.

Zonsondergang voor de vlucht in Perth – Mooie hotelkamer in Ubud

Woensdag: Aanpassen aan de Balinese temperaturen

De luchtvochtigheidsgraad is 95% en het is warm. Ons lichaam moet zich nog wat aanpassen aan de temperatuur. Rond de middag doen we een poging om het centrum te verkennen, maar we staan al snel in het zweet. We eten en drinken uitgebreid in één van de eetgelegenheden en verschieten toch een beetje van de prijzen. Het is goedkoop, maar lang niet zo goedkoop als we hadden verwacht. Ach ja, het was wel heel lekker!
Wat meteen opvalt zijn de vele offers langs de kant van de weg. Het is wel speciaal dat dit unieke deel van de cultuur nog overeind blijft op zo’n toeristisch eiland.

Hotel – Zwaaien met de miljoenen Rupiah – Exotisch fruit (mmm!) – Obama in Ubud

Donderdag: Mijn verjaardag

In het hotel zitten een aantal koppels met kleine kinderen. Tijdens het ontbijt zit één van de kinderen de hele tijd met een stoel over de vloer te schuiven en ik irriteer me te pletter. Zucht.
We zoeken de rust op en maken een wandeling door de rijstvelden. We zitten amper op 100 meter van de hoofdstraat en het is heel rustig. Langs het pad zijn er een aantal warungs gevestigd (Indonesische restaurants). Het eten is geen schot in de roos, maar het uitzicht over de rijstvelden is subliem. Alvorens terug te keren naar het hotel, eten we nog een stukje taart voor mijn verjaardag.

Rijstvelden – Verfrissend drankje – Nog meer rijstvelden – Stukje taart

Vrijdag: Ubud centrum verkennen

Ubud (of Bali in het algemeen?) profileert zich graag als gezond en ecologisch. Er zijn dan ook veel vegetarische en zelfs veganistische restaurants. Allemaal goed en wel, maar we willen gewoon Indonesisch eten. We zijn tenslotte in Indonesië. Gisteren langs de wandeling kwamen we nog een andere warung tegen die er gezellig uitzag. Het eten blijkt lekker te zijn. Na een andere korte wandeling, slenteren we nog wat door het centrum. Ik zie een schattig topje. Er hangt een prijskaartje aan van zo’n 18 euro. Are you kidding me? Het topje is slecht afgewerkt en maximum 5 euro waard.

Decoratie van kokosnoot – Nasi Goreng – Omgeving – Dragonfruit smoothie

Zaterdag: Met de scooter langs de rijstvelden

Het hotel biedt goedkope scooters aan. Voor vier euro hebben we er eentje 24 uur ter beschikking. De scooter is in zeer goede staat en de helmen zijn veruit de beste die we al hebben gehad. Het windje op de scooter doet deugd en we scooteren zo’n half uur naar een tempelcomplex wat verderop. Het doet ons denken aan de vele ritjes in Thailand. We betalen 2000 rupiah (0,13 euro) voor de parking van onze scooter en kopen kaartjes om het complex te bezoeken. De hele weg is bezaaid met kraampjes die je vanalles en nog wat willen verkopen. Het complex zelf werd uitgegraven uit massieve rots tijdens de 11de eeuw. Het is wel indrukwekkend als je erover nadenkt, maar echt mooi is het niet. Daarna scooteren we verder naar de rijstterassen. De weg is heel idyllisch en kronkelt langs rijstvelden, palmbomen en bananenbomen. We merken dat vele veldjes leeg staan omdat de rijst net geoogst is. Aan het uitzichtpunt van de rijstterassen is het enorm druk. Bussen en taxi’s stoppen langs de kant van de weg en opnieuw is de weg bezaaid met kraampjes. We keren 180 graden. Veel te toeristisch.

Tempelcomplex Gunung Kawi

Zondag: Op naar Sidemen

Volgende stop: Sidemen. Al is het makkelijker gezegd dan gedaan. Taxi’s in Bali zijn een heel ander verhaal. Uber, Grab en consoorten zijn in vele toeristische gebieden verboden. We hoorden van mensen dat dit toch gebruikt wordt, dus we bestellen een Uber om ons naar Sidemen te brengen. De prijs van Uber is een derde van de vraagprijs van een gewone taxi. We wachten een kwartier en Uber komt aangereden. De mevrouw wil ons niet brengen. Sidemen is te ver en gevaarlijk om als vrouw alleen te rijden. Ok. We bestellen een taxi via Grab. Ook deze chauffeur stuurt een berichtje dat Sidemen te ver is. Maar voor 400.000 rupiah wilt hij ons wel brengen. Niet dus. Ik voel een flashback naar de tijd in de Filipijnen, waar taxi’s echt een hel waren. Langs de weg stopt een Blue Bird Taxi, maar deze wil ons ook niet brengen. Euh, wie gaat ons wel brengen? We vragen een andere Blue Bird Taxi aan via de app, en deze wil wel naar Sidemen rijden. De weg kronkelt langs de vele dorpjes en een uur later komen we aan in Sidemen. We zijn beiden erg misselijk van de rit. Maar we zijn er geraakt! Het is hier heel mooi en rustig. Vanuit ons terras hebben we zicht op de rijstterassen. Ook het zwembad ziet er erg uitnodigend uit.

Kamer in Sidemen – Uitzicht over de rijstterrassen

Volgende week: Morgen plannen we naar Gili Air te gaan. Hiervoor moeten we een taxi én ferry nemen. Ik ben er zeker van dat dit ook nog erg spannend zal worden. Omdat het hoogseizoen is, hebben we al onze hotels al gereserveerd. Het is dus maar te hopen dat we er effectief morgen zullen aankomen. Op het einde van de week varen we naar Nusa Lembongan.

Eén reactie

  1. marc cruyt - mia missinne

    Otto wat heb je een mooie sarong aan op de foto en het staat je wel goed.
    nieuw continent, nieuwe outfit.
    met die grote bladeren geld kan je ook verkoeling vinden.

Geef een reactie